Proefopzet
De proef met het uitzetten van nuttige insecten werd uitgevoerd op de variëteit Magnum, die bij de aanvang van de proef het best ontwikkeld was. Op het proefveld werden micropercelen van 10 meter lang aangelegd, waarbij controlepercelen afwisselden met percelen waar roofmijten (Amblyseius californicus) werden uitgezet in zakjes (één zakje per rank op 12 juni en 8 juli 2025). Van juni tot augustus werden wekelijks bladeren verzameld op drie verschillende hoogtes in het gewas om de populaties van de rode spin als de roofmijten te volgen.
Resultaten in het veld
In de eerste drie weken bleef de druk van de rode spin verder toenemen. Vanaf week 3 werden er steeds meer nuttige insecten waargenomen. Vanaf week 4 werd een duidelijk verschil zichtbaar tussen de percelen waar roofmijten waren uitgezet en de onbehandelde controlepercelen.
In week 5 en 6 konden de roofmijten de populatie rode spin in de behandelde percelen stabiliseren op ongeveer 25 individuen per blad, terwijl in de controlepercelen de aanwezigheid van rode spin opliep tot bijna 60 individuen per blad. De plaagdruk lag op dat moment dus gemiddeld twee keer lager in de behandelde stroken.
Vanaf week 5 werd een nieuwe uitzetting uitgevoerd op de proefpercelen. Roofmijten verschijnen meestal één week na het plaatsen van de zakjes, maar hun populatie neemt na ongeveer drie weken weer af.

Figuur : Aanwezigheid van rode spin en roofmijten in de proef in Meteren in 2025 (blauw balk = aanwezigheid rode spin in de controle veldjes, oranje balk = aanwezigheid rode spin in de veldjes met uitzettingen van roofmijten, grijze lijn = aanwezigheid van roofmijt in de controle veldjes, gele lijn = aanwezigheid van de roofmijt in de veldjes met uitzettingen van roofmijten.
Conclusies
De resultaten van deze proef tonen aan dat de nuttige insecten de populatie van rode spint tot de helft kunnen terugbrengen in vergelijking met het controleperceel. Deze techniek vormt dus een interessante piste in het kader van het verminderen van chemische bestrijdingsmiddelen. Aan de andere kant zijn er enkele beperkende factoren voor de toepassing van deze alternatieve bestrijdingsmethode in de percelen: de kosten van de uitzetting, die hier meer dan €1.000/ha bedragen, en de arbeidsintensiteit voor het plaatsen van de zakjes.
Voor het vervolg van deze proef is het interessant om deze biologische bestrijdingsmethode verder te verfijnen en te optimaliseren. In Duitsland loopt momenteel onderzoek naar welke predatoren het meest geschikt zijn en welke uitzetmethoden het beste werken, waaronder het “ventileren” van predatoren die in bulk worden geleverd.
In dit kader hebben de projectpartners recent overleg gehad met het bedrijf Koppert. Dankzij deze gesprekken krijgen we de kans om een van de machines te testen die in Duitsland wordt ingezet voor het grootschalig verspreiden van predatoren.
De proeven staan gepland voor het einde van het voorjaar en zullen rechtstreeks plaatsvinden bij partnerhopbedrijven in Frankrijk en Vlaanderen. De resultaten en aandachtspunten die hieruit voortkomen, worden nadien gedeeld met de lokale telers. Zo blijven we samen werken aan duurzame en lokaal afgestemde strategieën voor de bestrijding van plagen in hop.



